
Twee werkgroepen van het Britse Parlement, die zich voor godsdienst– en geloofsvrijheid inzetten, hebben een rapport over de vervolging der christenen in Iran gepubliceerd. Het rapport komt tot de conclusie dat het de Iraaanse christenen en andere vervolgde religieuze minderheden onder de zogenaamd gematigde regime-president Rouhani niet beter vergaat dan onder zijn voorganger.
Op 10 maart hebben twee uit afgevaardigden van alle partijen bestaande werkgroepen in het Britse Parlement een gemeenschappelijk rapport over de vervolging der christenen in Iran gepubliceerd. Daarbij gaat het om de Parlementaire Alpartijengroep „Christenen in het Parlement” en de Parlementaire Alpartijengroep voor Internationale Godsdienst- of Geloofsvrijheid.
In de inleiding tot dit rapport staat dat Britse parlementsleden reeds in 2012 door het Nabije Oosten gereisd hädden om persoonlijk Iraniërs te ontmoeten die vanwege hun geloof in hun vaderland aan zware vervolgingen bloottonden. De parlementairen hadden met voorzichtig optimisme waargenomen hoe Hassan Rouhani in augustus 2013 de nieuwe president van Iran werd, maar maken in hun rapport een ontrnuchterende balans op:
“Helaas werden wij teleurgesteld en de positieve beloften en de gematigde taal hebben niet tot een noemenswaardige verbetering geleid. De vervolging is vandaag de dag even ernstig als in 2012, toen de Parlementaire Alpartijengroep „Christenen in het Parlement” hun eerste rapport over de vervolging van christenen in Iran publiceerde.”
Het rapport komt tot de conclusie dat het de Iraaanse christenen en andere vervolgde religieuze minderheden onder de zogenaamd gematigde regime-president Rouhani niet beter vergaat dan onder zijn voorganger. Het rapport baseert zich op uitlatingen van Iraaanse getuigen bij hoorzittingen in het parlement en op schriftelijke stellingnames van mensenrechtenexperts, daaronder van Dr. Ahmed Shaheed, Speciaal Verslaggever van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie in Iran.
Het rapport citeert de beloften die president Rouhani tijdens zijn verkiezingscampagne gedaan had, komt dan echter op basis van de onderzochte verklaringen tot de conclusie dat de respectering van de godsdiesnt- en geloofsvrijiheid sinds de verkiezingen van 2013 geen vooruitgang geboekt heeft en de situatie voor sommige christenen nog verslechterd is. Het onderzoek concentreerde zich weliswaar op de situatie van de christenen, maar het rapport stelt daarnaast vast dat ook de vervolging van andere religieuze minderheden nog steeds intensief voortgezet wordt.
Barones Berridge, voorzitster van de Parlementaire Alpartijengroep voor Internationale godsdienst- of geloofsvrijiheid, zei: “De groep heeft getuigenverklaringen uit eerste hand gehoord over de dagelijkse druk en de trauma’s waaraan Iraaanse christenen enkel en alleen op grond van hun geloof blootstaan. Bijzonder bezorgd ben ik over de wrede behandeling van hen die zich van de islam tot het christendom bekeren. Artikel 18 van de Algemene Verklaring van de Mensenrechten stelt duidelijk dat iedere persoon recht heeft op godsdienst- of geloofsvrijheid, inclusief het recht om zich te bekeren, dus van geloof of overtuigingen te veranderen. Wij hopen, bidden en zetten ons in voor de dag waarop Iraniërs van alle geloofsrichtingen en niet-religieuze Iraniërs allen samen in hun vaderland kunnen leven, zonder angst voor vervolging of pesterijen en onder de volledige bescherming van hun rechten.”
STFA, Stichting van de familieleden

