Steun ons werk, maak vandaag het verschil. Juist nu is uw steun belangrijker dan ooit.

UNO-Secretaris-Generaal veroordeelt de zware schendingen van de mensenrechten in Iran

UNO-jaarverslagen over de mensenrechtensituatie in Iran: een toenemend aantal terechtstellingen, discriminatie van en geweld tegen vrouwen, represailles tegen media en mensenrechtenactivisten, vervolging van religieuze en ethnische minderheden

In maart werden twee rapporten van de Verenigde Naties gepubliceerd, die de diepe bezorgdheid van de internationale gemeenschap over de aanhoudende zware mensenrechtenschendingen in Iran tot uitdrukking brengen.

In zijn begin maart uitgebracht rapport kritiseert UNO-Secratris-Generaal Ban Ki Moon het Teheraanse regime o.a. voor de toenemende terechtstellingen, doodvonnissen voor jongeren, huwelijken van kinderen, wetten die de rechten van vrouwen beperken en de mishandeling van minderjarigen.

Midden maart heeft de Speciale Verslaggever van de UNO over de mensenrechtensitautie in Iran, Dr. Ahmed Shaheed, zijn jaarverslag voor de UNO-mensenrechtenraad gepubliceerd. Ook in dit rapport worden toenemende zware mensenrechtenschendingen in Iran gedocumenteerd. Daartoe behoren naast de terechtstellingspraktijk de ontbrekende rechtsstatelijkheid, de discriminatie van vrouwen, ethnische en religieuze minderheden alsmede de willekeurige arrestaties en folteringen van tegenstanders van het regime en andersdenkenden.

Toenemend aantal terechtstellingen in Iran

De Verenigde Naties zijn „ernstig bezorgd” over de toenemende terechtstellingen in Iran, waaronder ook van politieke gevangenen en jongeren, aldus het jaarverslag van UNO-Secretaris-Generaal Ban Ki Moon m.b.t. de mensenrechtensituatie in Iran. Minstens 500 personen werden volgens het verslag in Iran tussen januari en november 2014 terechtgesteld. Gevangenen hebben verklaard dat ze gefolterd werden en dat ze geen toegang tot advocaten hadden, terwijl hen de doodstraf wegens „vijandschap tegen God” dreigde.

Het Teheraanse regime werd in het verslag aan zijn verplichtingen volgens de internationale mensenrechtenwetgeving herinnerd, die de terechtstelling van jeugdige delinquenten verbiedt. „Er wordt bericht dat in december 2014 voor minstens 160 jeugdige delinquenten de voltrekking van hun doodvonnis dreigde”, terwijl acht personen, „die op het moment van de misdaad onder de 18 waren, in 2014 terechtgesteld werden.”

Het UNO-verslag stelt vast dat „in het merendeel van de gevallen waarbij het om de doodstraf gaat, de voorschriften voor een normale procedure overtreden werden en internationale standaarden voor een fair proces niet nageleefd werden”. Tegelijk werd de bezorgdheid over „een reeks gevallen” geuit, „waarbij de doodstraf om politieke redenen uitgesproken werd.”

Huwelijken van kinderen en wetten die de rechten van de vrouwen beperken

Volgens het verslag van de UNO-Secretaris-Generaal komen huwelijken van kinderen in Iran „nog steeds vaak voor”, waarbij de wettelijke huwbare minimumleeftijd voor meisjes bij slechts 13 jaar ligt en, met rechterlijke toestemming, in sommige gevallen meisjes reeds met negen jaar uitgehuwelijkt worden. In 2011 werden ca. 48.580 meisjes op een leeftijd tussen 10 en 14 jaar uitgehuwelijkt en in 2012 waren er volgens de verslagen minstens 1.537 meisjes onder de 10 jaar uitgehuwelijkt.”

Het verslag wees ook op de noodsituatie van de vrouwen in Iran, van wie „volgens de verslagen 66 procent slachtoffer van geweld binnen het huwelijk waren.” „Volgens § 1117 van het Iraanse Burgerlijk Wetboek kan een echtgenoot zijn vrouw beletten, een beroep of werk uit te oefenen, dingen die in strijd zijn met de belangen van het gezin of met zijn eigen eer. De wet kan vrouwen zelfs beletten om kunstzinnige activiteiten te ontplooien.”

Het verslag stelt bovendien vast dat vrouwen die zonder hijab in het openbaar optreden, een arrestatie en gevangenisstraf tussen 10 dagen en twee maanden of een geldboete riskeren. „Ongeveer 30.000 vrouwen werden volgens de verslagen tussen 2003 en 2013 gevangengezet en nog veel meer werden van universiteiten verwijderd of mochten openbare ruimten als parken, bioscopen, sportevenementen, luchthavens en stranden niet meer betreden.”

Represailles tegen media en mensenrechtenactivisten

Het UNO-verslag kritiseert dat Teheran ca. vijf miljoen websites geblokkeerd heeft en „continu websites controleert, filtert en blokkeert die politiek nieuws en analyses bevatten, wat aanleiding geeft tot grote bezorgdheid.” „Mensen die hun opvattingen via sociale media verspreid hebben of die in video‘s opgetreden hebben, werden aangevallen en vervolgd” en „er werden voortdurend vervolgingsmaatregelen tegen mediavertegenwoordigers getroffen. Er bestaan permanente beperkingen van de vrijheid van meningsuiting, waaronder het verbieden van kranten en tijdschriften.”

„Iraanse veiligheidstroepen hebben protestdemonstranten afgeranseld die zich in oktober 2014 vóór het parlement verzameld hadden, om de recente aanvallen met zoutzuur tegen vrouwen die zogenaamd hun hijab niet correct gedragen hadden, te veroordelen. Journalisten en activisten werden gearresteerd omdat ze volgens de verslagen „slachtoffers geïnterviewd en de protesten gefotografeerd hadden.”

Verdedigers van mensenrechten werden volgens het verslag tot gevangenisstraffen tussen zes maanden en meer dan 20 jaar veroortdeeld en „één person werd tot 50 zweepslagen veroordeeld en een andere tot de doodstraf Veel van deze rechtszaken worden gekenmerkt door onregelmatigheden, waaronder de afwijzing van advocaten of de weigering, de beklaagde aan de uitspraak van het vonnis te laten deeinemen.”

Vervolging van religieuze en ethnische minderheden

De UNO sprak bovendien haar bezorgdheid uit over de vervolging van religieuze en ethnische minderheden in Iran. „Leden van ethnische en religieuze minderheden staan nog steeds bloot aan vervolging, o.a. arrestaties en gevangenisstraffen, het ontzeggen van gelijke economische kansen, van toegang tot opleidingsinstellingngen, van het recht op werk en het sluiten van bedrijven en de vernieling van religieuze plaatsen, zoals kerkhoven en gebedsoorden. Personen die de erkenning van hun culturele en religieuze rechten eisen, riskeren strenge straffen, waaronder ook de doodstraf.”

STFA, Stichting van de familieleden

Donate and support us
ING Bank
NL 76 INGB 000 3012 442

Share
Share