
Verdachte moord op de Argentijnse aanklager en de rol van het Iraanse regime in internationaal terrorisme.
Op zondag 18 januari 2015 jongstleden werd Alberto Nisman, de Argentijnse aanklager die belast was met het onderzoek naar de bomaanslag op het Argentijns Joods Centrum in Buenos Aires, onder verdachte omstandigheden levenloos aangetroffen in zijn appartement. De explosie in 1994 doodde 85 mensen en verwondde honderden.
Reeds in het beginstadium van het onderzoek naar de aanslag in het Joods centrum kwam een aantal hoge Iraanse overheidsambtenaren onder verdenking te staan. In het bijzonder werden Ali Fallahian Rafsanjani, de toenmalige minister van Inlichtingen en Veiligheid, Ahmad Vahidi, voormalig commandant van de Quds strijdmacht en Ahmadinejad’s Defensieminister, Ali Akbar Velayati, toen Minister van Buitenlandse Zaken, en Mullah Rabbani, cultureel attaché in de Iraanse ambassade in Argentinië, genoemd tijdens het onderzoek.
Na verloop van tijd werd Carlos Menem – toen President van Argentinië – omgekocht. Er werd hem gevraagd de wettige loop van het onderzoek te frustreren, en de zaak verdween in een bureaulade. Na de ambtstermijn van Menem heropende Nisman de zaak en vroeg om een arrestatiebevel voor de genoemde Iraanse officials. In 2006 werden arrestatiebevelen uitgegeven door een rechter en Interpol zette hun namen op haar arrestatielijst.
Toen Cristina Fernandez President werd, vond weer een gearrangeerde poging plaats om het onderzoek te laten verslappen.
Op 14 januari 2014 beschuldigde Alberto Nisman de Argentijnse President en Hector Timerman – de Minister van Buitenlandse Relaties – van geheime onderhandelingen met de Iraanse overheid om te komen tot ontkenning van Iraanse betrokkenheid bij de aanslag, in ruil voor winstgevende contracten. Hij was begonnen aan de overdracht van een 300 bladzijden tellend rapport – inclusief documenten, rapportages en opnamen – aan een gesloten sessie van het Congres op 19 januari 2015.
In het begin van 2013 ging de regering Fernandez accoord met Iran en vormde het een feitenonderzoek comité betreffende de aanslag in 1994. In deze overeenkomst kregen de vertegenwoordigers van Rechter Alberto Nisman geen toestemming voor het interviewen van de beschuldigde Iraanse officials. Het was duidelijk bedoeld voor het afleiden van de focus op Iran. Volgens Nisman was de formatie van dit comité de resulte van de verborgen deal tussen Argentinië en Iran.
De Argentijnse Politie heeft verklaard dat het eerste onderzoek naar Rechter Nisman’s dood wijst naar zelfmoord. Maar de Argentijnse oppositie verwierp het idee van zelfmoord direct en noemde het “moord”. De laatste dagen dat hij nog leefde, vertelde Nisman herhaaldelijk aan zijn vrienden en familie: “ Ik speel met mijn leven ”. Hij is meermalen bedreigd. Er bestaat geen twijfel over dat het Iraanse regime verantwoordelijk is voor de explosie in 1994, en de vinger wijst naar de hoogste regeringsambtenaren.
De moord op Rechter Nisman dient ongetwijfeld het doel verduistering van de waarheid, en is een poging tot negeren van de rol van de Iraanse overheid in de bomaanslag, en plaveit zodoende de weg voor deals en contracten.
Het Iraanse regime is de hoofdbankier van terrorisme en wanneer haar betrokkenheid in gevarieerde terroristische activiteiten over de gehele wereld onpartijdig zou kunnen worden onderzocht, zal de rol van veel hoge regeringsambtenaren in die activiteiten zeker duidelijk worden.
Export van terrorisme is hoofdbeleid van het Iraanse regime; een werkmethode waar ze nooit vanaf zal zien. De vergeefse verzoeningspolitiek van het Westen ten opzichte van Iran heeft het regime in feite aangemoedigd met dit terrorisme ondersteunend beleid in de regio en daarbuiten door te gaan en het te vermeerderen.
Het Iraanse verzet roept op tot onafhankelijk en onpartijdig internationaal onderzoek in de zaak van Rechter Nisman’s dood. Zonder aarzeling. De Iraanse overheid heeft het grootste voordeel bij zijn dood.
STFA, Stichting van de familieleden

