
RSF (Reporters Without Borders), 02 Oktober 2015 – Journalisten Zonder Grenzen is verbijsterd over het nieuws dat Soheil Arabi, een facebook gebruiker voor wie de doodstraf in hoger beroep werd tegengehouden, een nieuwe gevangenisstraf van zeven en een half jaar heeft gekregen, te beginnen met twee jaar onder toezicht, waarin hij moet bewijzen dat het hem spijt om te vermijden dat hem opnieuw de doodsstraf wordt opgelegd.
Soheil Arabi die al vanaf december 2013 vastzat, kreeg de nieuwe straf op 6 september toen hij opnieuw berecht werd door een assisenhof in Teheran. Gedurende de 2 komende jaren wordt van Arabi geëist dat hij antwoorden zoekt op zijn religieuze twijfels door 13 boeken over theologie en de Islam te lezen, daar samenvattingen van te maken en een essay te schrijven over theologie en religie. Hij moet een geregelde schriftelijke correspondentie voeren met het Imam Khomeini Centrum voor Religieus Onderzoek en kopieën ervan zullen worden voorgelegd aan het hof. Hij moet ook elk kwartaal rapporten aan het hof schrijven met als doel bewijs te leveren voor zijn berouw en voor hernieuwd geloof. Als het hem niet lukt, zou de doodsstraf opnieuw kunnen worden opgelegd.
“Soheil Arabi is gered van onmiddellijke terechtstelling, maar zijn nieuwe straf is middeleeuws”, zei Reza Moini, hoofd van Journalisten Zonder Grenzen afdeling Iran/Afghanistan.
“Een aangeklaagde die herhaaldelijk zei dat hij de religie niet wil beledigen, wordt onderworpen aan een vorm van willekeurige marteling, omdat het door Ali Khamenei gecontroleerde rechtssysteem Internet gebruikers wil afschrikken.
Deze straf is komt neer op gedwongen arbeid, en dat is verboden bij de internationale en Iraanse wet.
Wij doen een beroep op de speciale rapporteurs van de VN om dit herroepen te krijgen.”
Een fotograaf en vader die 31 was ten tijde van zijn arrestatie door de Revolutionaire Garde op 27 december 2013 werd ingesloten in Veiligheidsafdeling 2a van de Evin Gevangenis, waar hij werd onderworpen aan twee maanden eenzame opsluiting en hij werd mishandeld met als doel hem ertoe te brengen zijn aandeel te bekennen in het opzetten van een facebook netwerk dat godslasterlijke taal uitte over de Islam en de regering bekritiseerde.
Aanklagers gebruikten zijn bekentenis tegen hem.
Aan het eind van een oneerlijke rechtsgang in maart 2014 veroordeelde een revolutionair hof in Teheran hem tot drie jaar gevangenisstraf, een boete van 500.000 tomans en 30 zweepslagen op beschuldiging van propaganda tegen de regering, “beledigen van wat heilig is” en het beledigen van overheidsfunctionarissen en de Opperste Leider. In hoger beroep in Teheran werd de straf bevestigd.
Maar als gevolg van drukdoor de Revolutionaire Garde werd Arib op 19 augustus 2014 voor een assisenhof gebracht met nieuwe beschuldigingen van “belediging van de Profeet van de Islam, de sjiítische Heilige Imams en de Koran” en het hof veroordeelde hem ter dood op grond van artikel 262 van het Islamitische Strafrecht van Iran.
Het hof negeerde de verdediging van zijn advocaat dat zijn overtredingen niet opzettelijk waren en dat hij niet de enige was die op deze facebook pagina’s publiceerde.
In feite waren de meeste berichten door andere facebook gebruikers of medewerkers gepost, ofschoon Arabi wel de supervisie had over verschillende facebook pagina’s.
Zijn advocaat probeerde ook vruchteloos de aandacht van het hof te vestigen op artikel 263 waarin staat: “als de beschuldigde bekent dat zijn beledigende bewering is gedaan onder dwang of per vergissing of in een staat van dronkenschap of woede of als verspreking of zonder te letten op de betekenis van de woorden of bij het citeren van iemand anders, dan zal hij niet beschouwd worden als iemand die de Profeet heeft beledigd.”
Het hooggerechtshof bevestigde zijn doodvonnis op 23 november 2014.
Journalisten Zonder Grenzen schreef op 2 december aan David Kaye, de speciale rapporteur voor de promotie en bescherming van het recht van vrijheid van opinie en meningsuiting om alarm te slaan over Arabi’s lot en om er bij hem op aan te dringen om “zo gauw mogelijk tussenbeide te komen bij de Iraanse autoriteiten om zijn executie te voorkomen en te verzoeken om zijn veroordeling en te herzien en om zijn vrijlating te vragen.”
Als resultaat van de inspanningen van zijn familie en advocaten en tussenkomst van VN rapporteurs op 27 juni werd de zaak terugverwezen naar het hooggerechtshof dat uiteindelijke Arabi’s doodsstraf herriep.
Iran staat op de 173e plek van 180 landen in de persvrijheidsindex 2015 van Journalisten Zonder Grenzen.
